Belgrado (5)
Het kan echt geen toeval meer zijn. In elk café, restaurant, koffiehuis, taveerne, kafana of wat dan ook waar ik binnenstap weerklinkt muziek uit de jaren ’80. George Michael, Queen, Sade, Duran Duran, Hey Nikita is it cold, I’m so excited and I just can’t hide it. Alsof er sinds het einde van de jaren ’80 in de popmuziek niets meer is gebeurd. Alsof er sinds het einde van de jaren ’80 in het algemeen niets meer is gebeurd.
Kun je de laatste twintig jaar uitgommen door obsessief naar het decennium ervoor te luisteren?
Ik zit koffie te drinken met Nataša, een dramaturge uit Sarajevo die onlangs meewerkte aan een productie over de Bosnische oorlog die hier in september op Bitef stond, zowat het bekendste theaterfestival in de regio. De voorstelling ging over het omgekeerde van vergeten, het tegengestelde van amnesie, over dwangmatig onthouden, herinneringsdrang. Hipermnezija was de titel.
Heerst er in Belgrado ook hypermnesie? Volgens Nataša proberen velen hier net heel hard hun best te doen om het recente verleden te negeren. Natuurlijk, ze zullen er wel eens iets over zeggen, een paar politieke kwesties duidelijk stellen, dat wel, maar dan meestal alleen om de toehoorders (en misschien ook henzelf) eraan te herinneren dat ze ook slachtoffers waren. Het stelt weinig voor. “Je kent dat wel, het gaat niet boven het niveau van een ruziënd koppel: jij verwijt me dit, en ik heb dat misschien toen gedaan, maar jij hebt wel eerst dit en dat gedaan. Blah, blah, blah.”
“I just called to say I love you” schalt ondertussen uit de luidsprekers.
“We zouden de feiten beter gewoon allemaal eens onder ogen zien, de dingen nemen zoals ze waren” zegt Nataša (die Servisch is en eigenlijk ook Bosnisch en een beetje Montenegrijns en ouders heeft in Kroatië en ooms en tantes in Engeland en in Australië en zelf in Belgrado woont en eigenlijk terug wil naar Sarajevo).
Hoe je ook probeert, het verleden van de jaren ‘90 kan je wellicht niet opzettelijk vergeten. Er is te veel dat eraan herinnert. Gisteren wandelde ik met Jelena door haar favoriete stadswijk, het prachtige en lichtjes mysterieuze Zemun. Jelena is een onderzoeksjournaliste uit Belgrado en schuwt in haar werk de zware thema’s niet. Ze was ooit oorlogscorrespondente in Bosnië voor het blad Vreme en nu schrijft ze over oorlogsmisdadigers, de vluchtelingenproblematiek en massagraven. Maar daarover hadden we het niet. We spraken de hele tijd over het Zemun van nu, over de frisse bries boven de Donau die haar deed denken aan zeelucht en over de olijke tagger die op een gevel had geschreven: onze buurt, ons paradijs (naš kraj, naš raj).
Maar toen we terug naar het centrum wandelden moesten we het uiteindelijk toch weer even over de jaren ’90 hebben. We passeerden namelijk voorbij enkele gebouwen die in 1999 het doelwit waren geweest van de NAVO-bombardementen (“Bombed”: met een Servisch accent uitgesproken heeft het woord een lange, dalende o-klank, alsof er werkelijk iets instort). We wandelden eerst voorbij het voormalige commandogebouw van de luchtmacht en later voorbij de Chinese ambassade.
Dat luchtmachtgebouw is overigens erg merkwaardig: een knap staaltje architectuur uit de jaren ’30 dat nu grotendeels weer is hersteld. Aan de gevel hangt een enorm beeld dat Icarus voorstelt. En daar keek ik toch wel even verbaasd van op. Icarus als symbool voor de luchtmacht. Wie zou op dat briljante idee zijn gekomen? Hij hangt wel nog steeds in de lucht, deze Icarus, ondanks alles.




ZELFS DE BAKKERSVROUW is vriendelijk als het sneeuwt. Ik zou zelfs zeggen: ze smelt. Er zijn wel meer mensen die smelten als het sneeuwt. Alsof ze zich dan plots weer herinneren dat er zoiets bestaat als sociaal contact. Buurman met schop op straat begint spontaan te praten. Technisch: hoe pak jij dat aan, zo’n bevroren auto? Mannen onder elkaar, ijsdruppels aan de neuzen. Oude vrouwtjes met rillende hondjes houden je tegen en beginnen vrolijk te vertellen over de tweede wereldoorlog. Dat het toen nog duizend keer erger was. En dat de jonge mensen tegenwoordig tegen niets meer kunnen. Wat mij vooral opvalt is dat de kraaien in Bosvoorde zwarter zijn dan anders. Ze blinken fel en agressief. Harde beesten. Maar soms moet het: medelijden hebben met kraaien.






